Mijn eerste echte reportage. Interview door Denise Pieters, camera door Jeroen van Wijngaarden en montage door beiden.
Mijn eerste reportage.
maart 15, 2008 door stevigekostEn dat was het dan.
augustus 10, 2007 door stevigekostNog geen vijf minuten geleden heb ik alle wiet, hash, vloeitjes en tips die zich in mijn kamer bevonden in een zakje gemikt en buiten in een vuilniscontainer gegooid. Na jaren van regelmatig wietgebruik – je zou het gerust een verslaving kunnen noemen – is vandaag heel plotseling door mijn psych besloten dat ik nooit meer zal blowen. En ik sta daar helemaal achter. Af en toe heb je gewoon iemand nodig die beter dan jij weet wat goed voor je is.
Dat wil niet zeggen dat het voor mij een makkelijke beslissing was. De laatste jaren heeft wiet zo’n groot deel van mijn leven bepaald en gevuld, dat het voelt als het einde van een tijdperk, en dat is het in zekere zin ook wel.
Ik weet nu al dat ik het de komende tijd erg moeilijk zal krijgen met het weerstaan van de verleiding weer te beginnen. Ik hoop dat iedereen die dit leest me zal steunen, me niks aan zal bieden (als je uberhaupt al eens wiet bij je hebt
) en me in momenten van zwakte een trem voor mijn harses zal geven.
Verder mijn excuses voor dit dramatische gedoe, maar het is laat en het is een lange dag geweest. Hopelijk plaats ik hier binnenkort weer eens iets vermakelijks, maar het helpt natuurlijk als jullie een beetje zeuren.
Dus.
Wraak.
mei 31, 2007 door stevigekostEen openbaring.
april 19, 2007 door stevigekostIk heb vandaag ontdekt dat ik een groot man ben. Dapper, koen en groothartig. Het volgende is namelijk gebeurd.
Ik hoorde mijn buurvrouw naar de wc gaan en door het geluid van het spoelen kreeg ik zelf ook waterneigingen. Terwijl ik het vocht uit me liet lopen hoorde ik dat de urine die van het overlopende platformpje in het water viel niet ‘plons’ deed, maar ‘tak’. Ik boog me voorover en zag een grote prop papier in het waterreservoir. ‘Maandverband’, dacht ik. Ik besloot er maar geen punt van maken. Ik rondde mijn zaken af en spoelde door.
Maar de prop was nog niet weg. Hij was gedraaid en nu waren er duidelijk sporen van uitwerpselen op te zien, wat mijn eerdere maandverbandtheorie ontkrachtte, maar de grootste verrassing was de enorme lichtbruine boomstam die nu zichtbaar was geworden. En dat terwijl mijn buurvrouw een klein, tenger meisje is.
Ik hield me sterk, wachtte tot de stortbak weer gevuld was en spoelde nogmaals door. Geen resultaat. Wat nu? Als ik hem liet zitten, zou mijn buurvrouw kunnen denken dat deze weerspannige rakker mijn eigendom was, ik bevond me tenslotte al ruim vijf minuten in de wc. Maar de kans was groter dat ze hem de volgende ochtend weer terug zou vinden, in de wetenschap dat ik na haar naar de wc ben geweest en hem dus waarschijnlijk heb zien zitten.
En die schande, beste mensen, kan een heer een dame niet aandoen.
Ik pakte de wc-borstel, drukte hem tot helemaal onderin het waterreservoir en draaide hem snel en krachtig rond. Het resultaat van mijn werk was moeilijk te zien, daar het water nu helemaal troebel was. Ik spoelde nogmaals door, en nogmaals, totdat het water weer helemaal helder en leeg was.
Ze zal waarschijnlijk nooit weten wat ik voor haar gedaan heb, en ik zal het zeker ook nooit ter berde brengen, maar de wetenschap dat ik een echte kloeke heer ben, is beloning genoeg.
Barbara
februari 8, 2007 door stevigekostEen gesprek met Barbara, een vriendin van mij.
Barbara: Ik heb sinds maandag een konijn.
Ik: Hoe heet ie?
Barbara: Barbara.
Ik: Waarom heb je je konijn Barbara genoemd?
Barbara: Ze heette al Barbara toen ik haar kreeg. Ze was van mijn nichtje.
Ik: Maar waarom verander je die naam dan niet?
Barbara: Hoezo? Ik vind het wel leuk.
Ik: Maar je kunt toch niet hetzelfde heten als je konijn? Dat is toch onpraktisch?
Barbara: Hoezo?
Ik: Als mensen ‘Barbara’ zeggen weet je niet of het over jou of over je konijn gaat.
Barbara: Hoe vaak gaan mensen het over mijn konijn hebben?
Ze heeft natuurlijk gelijk, maar verdomme, zulke dingen zitten me dwars.
Karel
No fuck.
februari 7, 2007 door stevigekostIk zit in de berm van een zandweg ergens in Kameroen. Mijn gids Yoseph heeft me de avond ervoor in de steek gelaten omdat ik in een bar met een mes stond te zwaaien. Ik weet niet meer waarom, maar ik zal vast wel een goede reden hebben gehad. Ik heb het mes in ieder geval nog aan mijn riem hangen en het is nog schoon.
Liften in Kameroen is een hachelijke zaak. Als iemand je wil beroven kunnen ze je gewoon neersteken en in de berm gooien; niemand zal je zien liggen en binnen een dag is je lijk al kaalgevreten. Je snapt dus wel dat ik een beetje zenuwachtig wordt.
Ik zie een stofwolk in de verte. Het blijkt een aftandse pick-up te zijn. In de achterbak zitten drie meisjes van rond de twintig, ze dragen vale, slecht zittende zomerjurken en proberen verleidelijk te kijken. De chauffeur doet de passagiersdeur open en wenkt me naar binnen.
‘You want fuck?’ Dit soort pooiers heb je overal in Kameroen. Ze proberen het lichaam van hun dochters of vrouw te verhuren voor een paar dollars, en er zijn genoeg toeristen die alleen om deze reden elk jaar een weekje naar Kameroen op vakantie gaan. Zelf ben ik niet zo’n toerist.
‘No, I don’t want fuck, I want a ride.’
‘You want fuck? Ten dollar!’
‘No, I don’t want fuck, but I will give you ten dollars if you give me a ride.’
‘You want fuck? Eight dollar for you my friend.’
‘No, I want a ride. Vroom vroom.’
Hij denkt even na en zegt dan: ‘Hundred dollar.’
‘No, I don’t want to buy your truck, I just want a ride, like a taxi.’
‘No taxi here.’
‘I know there are no taxis here, but you can be the taxi. I will pay you fifteen dollars if you will be my taxi.’
‘No fuck?’
‘No fuck.’
‘Okay, bye.’
Ik stap uit en de truck rijdt weg. Drie uur later word ik opgepikt door een oude man met één goed en één etterend oog, die de hele rit psalmen blijft neuriën.
Ik kom aan in een dorpje dat te klein is om überhaupt een naambord te hebben. In de plaatselijke bar zie ik de man uit de pick-up truck weer. Hij herkent me en roept hard lachend: ‘No fuck!’
‘No fuck!’ roep ik terug. Het is tijd voor bier, het enige wat je hier veilig kan drinken zonder het eerst te koken. Ik neem plaats aan de bar, er komt direct een meisje naast me zitten. ‘No fuck,’ zeg ik tegen haar. Ze slaat me in mijn gezicht en loopt naar de achterkant van de bar waar ze in het Frans tegen de barman begint te praten.
Ik sta maar vast op om weg te gaan; sommige mensen hebben hier nog genoeg geld om hun waardigheid niet te hoeven verkopen voor een paar dollars en ze kunnen behoorlijk fel reageren als je die waardigheid aantast.
De barman roept: ‘Vinght dollar!’
Ik kijk om en zie hoe het meisje ook de barman in zijn gezicht slaat.
Probeer je ook eens een keer iemand te helpen.
januari 24, 2007 door stevigekostIn het voorportaal van mijn vaste supermarkt staat altijd iemand het Straatnieuws te verkopen. Eens per half jaar koop ik er één en dan vind ik dat ik mijn steentje wel weer heb bijgedragen. De rest van de tijd groet ik de zwerver gewoon vriendelijk, niet dat ik hem ken, maar hij groet mij ook altijd en je kan dan moeilijk helemaal niks zeggen.
Maar de zwerver die er vandaag stond – een zwarte man – begroet mij met ‘hallo’ in plaats van het gebruikelijke ‘goedemiddag’. Iets te familiair wat mij betreft maar waarschijnlijk weet hij niet beter.
Als ik een kwartier later naar buiten ga zegt hij weer ‘hallo’ en dat, beste mensen, gaat natuurlijk te ver. Je mag toch wel een klein beetje moeite doen om onderscheid te maken tussen een groet van komen en een groet van gaan. Je moet niet denken: als ik ‘hallo’ kan zeggen dan ben ik er wel, je bent een zwerver en ik verwacht niet veel van je, maar kom op zeg.
Dus ik zeg tegen die man: ‘Nee, als mensen weg gaan zeg je “tot ziens”.’
Hij kijkt me vragend aan.
‘Als mensen weg gaan,’ en terwijl ik dit zeg wijs ik naar buiten, ‘zeg je “tot ziens”.’
Hij lijkt me te snappen en zegt: ‘Toht zienz.’
‘Prima, dus als mensen komen,’ ik wijs naar binnen, ‘Zeg je: “hallo”, en als ze gaan,’ ik wijs weer naar buiten, ‘Zeg je “tot ziens”.’
Hij lacht, zegt wat dingen die ik niet versta en geeft me een hand. Ik blijf nog even bij hem staan om te kijken of het gelukt is. Er komt iemand binnen en hij zegt: ‘Toht zienz,’ waarna hij me vragend om goedkeuring aankijkt.
Ik heb geen zin om alles nog een keer uit te leggen en ik steek mijn duim maar omhoog, in de hoop dat iemand anders hem wel weer zal corrigeren.
Onderweg naar huis begin ik me zorgen te maken. Als iemand hem er op wijst dat hij het nu fout doet, zal hij mij dan de volgende keer als ik binnen kom vuil aankijken? Zal hij een hele tirade tegen mij afsteken in een taal die ik niet begrijp, boos omdat zo’n vuile Nederlander hem voor schut heeft gezet? Of misschien blijft hij gewoon vriendelijk tegen me doen, wat op een vreemde manier nog veel erger is.
Ik ga voortaan wel naar een andere supermarkt, deze is eigenlijk toch te duur.
Karel van As



